Panettone di Milanese en het broertje Pandoro uit Verona zijn niet zo zeer een lekkernij als wel een traditie. Over de herkomst, die uit de vroege middeleeuwen stamt, doen veel verhalen de ronde: van de arme kloosterzuster die de bisschop op bezoek krijgt en alles wat ze heeft in een pan gooit, de edelman die verliefd werd op de bakkersdochter tot de meesterkok aan het Milanese hof van Hertog Ludevico die iets nieuws moest verzinnen. Dezelfde soort verhalen dus zoals die ook over andere traditionele recepten bekend zijn.
Een originele kegelvormige Panettone vergt een hoop tijd om te maken, want essentieel onderdeel van het gerecht is om zelfgekweekte natuurlijke gist te gebruiken. Verder zijn de ingrediënten niet wereldschokkend, zoals bloem, eieren, melk, boter, rozijnen en citroen- en sinaasappelschil en soms cacao.
Anna del Conte, mijn absolute Italiaanse topfoodie, zegt in haar standaardwerk 'De Gastronomie van Italië' dat ze zelf met de Kerst het liefst een gewone Panettone koopt en dan met het stuk wat overblijft na de feestdagen een pudding maakt. Recepten voor overgebleven Panettone zijn er legio wat mijn vermoeden sterkt dat dit kerstbrood beter wordt naarmate je er wat anders van maakt.
Pandoro, het gouden brood van Verona wordt gebakken in een stervormig bakblik. Net als Panettone wordt het nog zelden thuis gemaakt. De ingrediënten zijn bloem, boter, eieren en gist. De cake wordt bedekt met een stevige laag poedersuiker.
Panettone en Pandoro worden veelal gegeten met een dot mascarpone er boven op, of geroosterd en dan een scheutje warme chocolade saus, met fruit of gewoon naast een goed glas dessert wijn (mag dat ook Prosecco zijn?).
In Anna del Conte's favoriete Panettone pudding zitten rum en Marsala om het een extra feestelijk tintje te geven.
Italie Toerisme 360°



